Steeds meer olietankers en grondstoffen gaan niet via Rode Zee



De aanvallen van Houthi-rebellen op commerciële schepen in de Rode Zee dwingen meer grote energie- en grondstoffenbedrijven om de route tussen Azië en Europa via het Suezkanaal te mijden. De militaire interventie onder leiding van de Verenigde Staten, die bedoeld is om raket- en drone-aanvallen op schepen af te weren, levert vooralsnog onvoldoende bescherming op.

De in Australië gevestigde mijnbouwgigant BHP Group heeft nu ook besloten het merendeel van zijn transporten van Azië naar Europa om te leiden via de zuidpunt van Afrika. Deze stap is gezet vlak na soortgelijke beslissingen van Qatar Energy en de Britse oliemultinationals Shell en BP, zo vertelden bronnen aan zakenkrant De Wall Street Journal.

De scheepsladingen met grondstoffen van BHP komen oorspronkelijk uit Azië, maar moeten nu een langere route nemen, langs Kaap de Goede Hoop in het zuidelijke puntje van Afrika, om Europa te bereiken, aldus de bronnen.

Experts zeggen dat de nieuwe route negen dagen langer duurt dan de directere route via de Rode Zee naar het Suezkanaal.

Sinds oktober vorig jaar worden vrachtschepen steeds vaker aangevallen door Houthi-militanten, een door Iran gesteunde Jemenitische groepering.

De Houthi’s claimen dat hun aanvallen op internationale schepen die door het Suezkanaal en de Rode Zee varen, een vergelding zijn voor de Israëlische bombardementen in Gaza.

Scheepsroute via Rode Zee wordt als onveilig gezien, ondanks interventie VS en VK

Door militaire interventie van de VS en het Verenigd Koninkrijk zijn sommige aanvallen verijdeld, maar ze zijn niet helemaal gestopt. De Amerikaanse president Joe Biden heeft zelfs gezegd dat de aanvallen de Houthi’s er waarschijnlijk niet volledig van zullen weerhouden om schepen te bestoken met raketten en drones.

Qatar Energy, een belangrijke exporteur van vloeibaar aardgas, heeft sinds 15 januari minstens zes ladingen met bestemming Europa omgeleid rond Kaap de Goede Hoop in zuidelijk Afrika, meldt persbureau Bloomberg.

Ondertussen hebben een aantal grote rederijen, waaronder MSC, Maersk en Hapag-Lloyd, soortgelijke omwegen genomen, waardoor het vervoer van vracht 40 procent langer duurt.

Dat betekent dat producten uit Azië er langer over doen om in het Westen te worden afgeleverd, waardoor de wereldwijde toeleveringsketen wordt verstoord en prijzen mogelijk stijgen.

Voor Amerikaanse olie-exporteurs is er echter een lichtpuntje, omdat de vraag naar Amerikaanse schalieolie stijgt, aangezien ook het olietransport vanuit het Midden-Oosten naar westerse landen duurder wordt.

Een vat Amerikaanse olie werd deze week 4,4 procent duurder en kostte vrijdag bijna 77 dollar. De prijs van Brent-olie is op weekbasis met ruim 4 procent gestegen tot 82 dollar per vat.

LEES OOK: 3 redenen waarom het Westen de raketaanvallen van Houthi-rebellen op schepen in de Rode Zee niet kan stoppen

Visited 1 times, 1 visit(s) today